Dag #13 Alleen

img_6205

Dit was dus allemaal voor mij

Vandaag zou N. 28 zijn geworden.

Ik werd wakker met een foto van de opgetuigde kerstboom in Langeweegje. De foto van N. prijkt naast de boom, hij was net afgestudeerd aan de het Johan Cruyff Instituut. Hij draagt een polo en een stralende lach. Een polo? Ja, een polo. Hij lijkt net een Joods jongetje uit Buitenveldert met zijn zwarte haar dat opeens wel in een degelijke scheiding zit. Onder de schouw staat een eierdoos met Jozef en Maria en kindeke Jezus. Een knutselwerkje dat hij op de creche maakte.

Zijn crash was ook bijna een jaar geleden. En daarom leeft zijn dood nu nog meer. Uit wens de boel te ontvluchten of uit zelfmedelijden verblijf ik de komende dagen in een boerderijtje in Wapserveen, Drenthe. Ik ga lezen, schrijven, wandelen, huilen en lachen. Ik ga doen wat N. had gedaan.

Vanmiddag toen ik hier aankwam vroeg ik aan Henk, de eigenaar van de B&B, of ik ergens wat kon eten. Hij wees me op een ‘aanschuiftafel’ verderop. Het is een restaurant dat wordt gerund door een gepensioneerd koppel en je eet daar wat de pot schaft. Ik moest wel eerst even bellen of ze überhaupt wel open waren vanavond. Ik belde en kreeg te horen dat het restaurant wel open was, maar dat ze een verjaardag hadden voor veertien mensen. Dus of ik het erg vond als ik alleen aan een tafel zou zitten. Tuurlijk niet, als ik niet alleen wilde zijn dan was ik ook niet alleen naar dit gehucht gekomen.

Om 19:00 kwam ik toevallig tegelijk met de verjaardagsvisite binnen. De gasten keken me een beetje vreemd aan en een oude man stak me een hand toe. Ik zei dat ik niet bij het gezelschap hoorde maar hij pakte mijn hand beet en kneep er nogal hard in.
“Ik ben Siep, je gastheer voor vanavond.” Ik voelde hoe de ring om mijn middelvinger tegen mijn ringvinger drukte en was blij toen hij eindelijk losliet. Het was een hard en hartelijk ontvangst.

Terwijl zijn vrouw Mia in de keuken stond bediende Siep de gasten en af en toe kwam hij bij me voor een praatje. Hij vertelde dat hij het hele restaurant had gebouwd met afval- en restmateriaal dat hij verzamelde tijdens zijn andere werk. De keuken was bijvoorbeeld afkomstig uit een asielzoekerscentrum, de tafels had hij gemaakt van oude kaasplanken, de gordijnrails was gemaakt van een oude koeienstalling en de gordijnen had hij opgekocht bij een stoffeerder in Genemuiden. Hij is nu bezig met een bouwen van een chalet achter het restaurant dat hij wil gaan verhuren en als dat af is dan wil hij een nieuw huis voor hem en zijn vrouw bouwen.
“Is het niet vermoeiend zo op jullie leeftijd?” vroeg ik.
“Ben je mal? Weet je wat me pas vermoeiend lijkt? Als je op een dag opstaat en niets te doen hebt.”
Die uitspraak deed me nog meer aan N. denken. De hele setting deed me aan hem denken. De warme uitstraling, de Hollandse oubolligheid. Hij had het allemaal geweldig gevonden. En toen kwam het eten. Dat was natuurlijk veel te veel, maar het was lekker. Ik voelde verdriet, maar ook geluk. Verdriet omdat N. dit soort maffe uitstapjes niet meer kan maken, maar ook geluk als ik naar zo’n oud koppel kijk dat met zoveel liefde en passie leeft.

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s