De tolk van Java – Alfred Birney

de-tolk-van-java“Als je iemand bent die zich voortdurend voor zijn leven moet verontschuldigen, komt de dood je dan nog wel met genoegen halen?”

Cijfer: 6

Ik lees nauwelijks Nederlandse literatuur. Ik lees ook nauwelijks nog in het Nederlands, maar soms dwing ik mezelf om ook eens een boek te lezen dat geschreven is in mijn moerstaal.

En nu wilde de leeskring De tolk van Java bespreken van Alfred Birney. De 541 pagina’s waren me wel een beetje een doorn in het oog, of moet ik zeggen ‘een dolk in het oog’?, maar het boek had de Libris literatuurprijs gewonnen dus ‘het moest maar.’

De tolk van Java is aangekondigd als een ‘autobiografische mokerslag’. Die slag wordt uitgedeeld door Birney (in het boek Alan) en zijn vader Arto, een Indo die vocht in de Indonesische afhankelijkheidsoorlog aan de kant van de Hollanders. Na afloop nam Arto zijn oorlog mee naar Holland. Alan beschrijft zijn jeugd die gekleurd werd door de blauwe plekken die zijn vader hem bezorgde. Zijn moeder, een simpel figuur, kon niet voor haar kinderen of zichzelf opkomen. De kinderen werden uit huis geplaatst, het gezin viel uiteen.

Jaren later vindt Alan een pakket met de memoires van zijn pa. Een compleet verslag van zijn oorlogsavonturen, of beter gezegd, oorlogsmisdaden. Want Arto was bepaald geen lieverdje.

“Voorheen had ik voor elke dode een streepje gekrast op de kolf van mijn geweer, maar nu was ik de tel kwijtgeraakt.”

De memoires beslaan minstens de helft van De tolk van Java. Enerzijds kun je zeggen dat deze memoires historisch waardevol zijn, anderzijds zijn ze behoorlijk waardeloos geschreven en langdradig. De simplistische schrijfstijl bewijst wellicht dat het de authentieke memoires zijn van de vader van Birney. Daarnaast zijn ze functioneel. Een oorlog hoort niet mooi omschreven te zijn en zeker niet als die beschreven wordt door een soldaat die die oorlog voerde.

Birney zelf schrijft beter dan zijn vader, hij klinkt ironisch en boos, soms grappig. Bijna op een onderzoekende manier herbeleeft hij zijn jeugd. En dat is boeiend en soms onbegrijpelijk.

Zijn vader daarentegen is niet in staat tot zelfreflectie of empathie. Dat lijkt er al in zijn vroege jeugd te zijn uitgeslagen door zijn broers. Af en toe zien we een hart, wanneer zijn huisbeer in Indonesië sterft bijvoorbeeld. Maar meestal is Arto beschrijvend. Hij vertelt in chronologische volgorde in korte, weinig inspirerende zinnen wat hij doet.

“Ik sliep een gat in de dag en bleef op bed liggen staren. Kokkie Tas bracht me nu en dan eten. (..) Tegen de avond liet in betjak komen en liet mij weer naar de Marinierskantine brengen.”

Arto heeft in het boek wel 34 betjaks aangeroepen en dat is niet het enige waarmee hij in herhaling valt. Helaas moeten we ook keer op keer lezen hoe hij de vijand van kant maakt. Wellicht opdat wij het ook eens zat zijn, die vervloekte oorlog.

In het Javaans vroeg ik hem op sarcastische toon: “Voel jij je nog steeds onsterfelijk?” Ik stak mijn bajonet in zijn maagstreek, draaide hem een kwartslag en trok hem eruit, zodat de darmen van die kijai mee naar buiten kwamen.

De tolk van Java is een waardevol boek als het gaat om de geschiedenis van Nederlands-Indië. Als je dat interessant en belangrijk vindt dan is De tolk van Java een geweldig boek. Persoonlijk deed het mij verder weinig, ik zie dat het een bijzonder document is, maar ik werd er niet door gegrepen. Ik heb meer emotie nodig, iets minder heftigheid van sambal en iets meer verfijning van kruiden.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s