Verjaardagvierdaagse

img_3639We hadden 9 maanden samen en in die 9 maanden moesten we alles proppen wat we nog samen wilden doen.

Weekendjes weg, met vakantie naar Tsjechië, Italië, kanoën in de Ardennen, naar de Keukenhof, de Efteling, het strand, een hockeywedstrijd, een festival, een ritje op de motor, Zeeland, uit eten, naar de opera. We hadden bijna alles waargemaakt, behalve het bezoekje aan Nijmegen. De stad waar hij een geschiedenis had en ik niet. Hij wilde het me nog laten zien. Het is er nooit van gekomen.

Dus ik vroeg het aan T., de vriend die ik pas leerde kennen toen het te laat was, of hij me niet een keer Nijmegen wilde laten zien.
“Waarom kom je niet tijdens de Vierdaagse, dan vier ik ook mijn verjaardag?”
“Leuk!” zei ik.
Maar is dat wel leuk? Naar zo’n verjaardag waar ik niemand ken, in een onbekende stad, met mensen die bij zijn geschiedenis horen. Opeens had ik mijn twijfels.  Maar inmiddels had ik op Facebook al mijn geplande aanwezigheid kenbaar gemaakt en zat ik vrijdag in de auto richting Nimma. En afhaken, dat was laf geweest.

Het Fletcher hotel had nog wel een fiets te leen. Daarmee kon de dag alle kanten op. Als het stom zou worden, zou ik in de eerste versnelling de berg weer op fietsen en als het leuk zou worden kon ik met mijn dronken lijf , misschien iets minder soepel, ook de berg op fietsen om 2:00. “Natuurlijk wordt het leuk, met T. is het altijd leuk.” appte zijn moeder. Heel lief allemaal, maar de vrouw doet aan kantklossen. Dus die heeft een andere definitie van leuk.

“Ik heb een fiets en ik kom er zo aan!” Stuurde ik naar T.
“Tot zo,” typte hij.

Dus toen ik met mijn fiets de stad naderde, voelde ik al nattigheid. Overal waren straten afgesloten en ik had, als Nijmegenleek, geen idee waar die straat van T. was. Al slalommend fietste ik langs Franse soldaten, zichtbaar vermoeide Tevadragers en enthousiaste Feijenoordsupporters (ja, die ook) om uiteindelijk mijn bestemming te bereiken. Ik realiseerde me nu pas dat deze straat de climax van het wandelgenot was. De wandelaars naderden de finish en werden door Jan en allemaal toegejuicht. T. had met zijn woning een plekje op de voorste rang van de Vierdaagseshow. Wat een mazzelaar, bedacht ik me. De woning waar ik voor stond had nummer 3 en ik moest op nummer 26 zijn. Mijn algemene kennis van de Nederlandse straatindeling benauwde me. Als ik aan de oneven kant sta, dan is nummer 26 niet aan deze kant. En hoe de fuck kom ik met mijn Fletcher fiets aan de overkant? Een beetje hulpeloos stond ik dus voor nummer 26, zo dichtbij en toch zo ver weg. Ik kon T. zien, maar hij zag mij niet. Maar goed ook, want ik zag er heel zielig uit.

Ik besloot het aan twee meisjes te vragen. “Hoe kom ik aan de overkant?” Ze keken eerst naar mijn fiets en toen naar mij. “Met de fiets? Haha. Nou…niet.” Ze wisten me te vertellen dat het echt heel lastig ging worden en dat ik gewoon maar de straat uit moest lopen en dan zou er ergens een oversteekpunt zijn. Hoe ver dat was, wisten ze niet. Dus ik ging maar lopen, voetje voor voetje door de joelende menigte. Helemaal mijn ding.

Bij de mobiele snackbar was het een drukte van belang dus ik belandde in de frietfile. “Wat heb jij een mooie fiets!” zei één van de mannen. Hij trok de fiets uit mijn handen en ik zag mezelf op zaterdagochtend bij het hotel aan de balie al mijn fiets als vermist opgeven.
“Doe voorzichtig, ” zei ik nog “hij is van het hotel.” De man liet de fiets los.
“Hotel? Waar kom je vandaan dan?”
“Amsterdam, dit is mijn eerste keer in Nijmegen.”
“Toe maar, en waar moet je heen met al die drank?” Aan mijn stuur hing een pakket met wijnen dat opeens interessanter was dan mijn fiets.
“Nou..ik moet naar een feestje aan de overkant.” Ik wees onbestemd in de richting van nummer 26.
“Je moet naar de overkant??” zei hij met nog meer volume, “Hey Barry deze dame moet naar de overkant.” Een andere man draaide zich om en stond meteen paraat. Voordat ik kon protesteren, hadden ze de fiets opgetild en begaven ze zich richting de afzettingen. Ik murmelde nog “nee, jongens dat kan niet!”, maar eigenlijk vond ik het ook wel heel chill dat ik niet nog 5 km om moest lopen. De fiets werd over het hek getild, de wandelaars waren te moe en te overweldigd om de evacuatie op te merken en voor ik het wist stonden we met zijn allen aan de even kant van de straat. Door al dat klimmen was mijn jurk scheef gaan zitten en hadden de fietsensjouwers zicht op mijn mintgroene BH. Grijnzend zeiden ze dat ze ook wel een zoen wilden. Die gaf ik ze, op hun wang en lachend keerden ze terug naar de overkant.

Een andere groep mannen zag me stuntelen met mijn tassen, de wijn en de fiets.
“Die wijn kun je hier wel achterlaten!” riepen ze me toe.
“Nee,” zei ik op beschermde toon ,”die is voor een feestje.”
“Feestje??? Hier is het feestje!”

Ik liep weg en wist toen dat het leuk zou worden.

 

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s