J. zegt dat ik stink

hugs8 “Nog maar zeven weken en dan is het alweer herfstvakantie.” 

Docenten klagen steen en been: we worden onderbetaald, de klassen zijn te groot, de werkdruk is te hoog, we worden doodgegooid met suffe cursussen en elke jaar wordt er wel weer een nieuwe pedagogische of didactische aanpak gehyped (samenwerkend leren, RTTI etc.). Het is allemaal waar (vooral het eerste): ons werk is zwaar. We moeten in het onderwijs van alle markten thuis zijn: we zijn de schouder om op uit te huilen, de manager, de coach, de producer, de controleur en de politie. Dat betekent dat we in één lesuur soms meer doen dan het gemiddelde werkpaard in een dag op kantoor. In 50 minuten moeten we zorgen dat we alle dertig leerlingen gezien en gehoord hebben en bij voorkeur moeten we afwijkingen in die 50 minuten ook signaleren: Is iemand somber? Ziet iemand er slecht uit? Is iemand er überhaupt (dat laatste komt meestal na de les)? Maar ook of iemand een extreem mooie prestatie levert, of iemand zijn best doet of een heel goede vraag stelt. We moeten het allemaal zien.

Soms kom ik thuis en dan kan ik nog even helemaal niets. Dan moeten de indrukken van de dag eerst uit me vloeien en een plekje krijgen. Ik probeer weleens om direct weer aan mijn lesvoorbereidingen te beginnen voor de volgende dag, maar ik merk dat dat niet werkt. Ik moet eerst ergens anders heen met mijn hoofd. Vorig jaar was het bepaald geen pretje toen een zekere 2 mavo klas me tot wanhoop dreef. Het dieptepunt (of hun hoogtepunt, het is maar net vanuit welk perspectief je het bekijkt) kwam in mei toen ik een leerling naar de afdelingsleider stuurde en zij weigerde te vertrekken. Ze kreeg hierbij steun van de klas en ik voelde me nog minder dan een stuk stront en barstte voor de klas in tranen uit. Soms heb je dat, een klas die gezamenlijk op oorlogspad is, het enige wat dan helpt is zelf ook maar met grof geschut komen. Het punt is dat ik geen grof geschut in mijn rugzak heb. Ik kan wel straffen uitdelen, ik ben weleens boos, maar echt “streng en rechtvaardig” ben ik niet. Ik werk vanuit de aanname dat we in vrede met elkaar kunnen en willen samenwerken. Ik benader de leerlingen dan ook niet als hun meerdere, maar eerder als een ervaren levensbeoefenaar die ze wat bij kan brengen.

Regelmatig denk ik dat ik ander werk zou moeten doen. Ik heb immers drie diploma’s op zak en ik ben leergierig en ambitieus, kwaliteiten die in het bedrijfsleven ook niet zouden misstaan. Ook het salaris is natuurlijk een aanfluiting als je ziet wat mensen elders verdienen. Maar toch denk ik elk schooljaar weer (met name aan het begin): dit is het.

En waarom is dit het? Ten eerste is het onderwijs gewoon onwijs afwisselend en dynamisch. Dat zegt iedereen, dat is ook zo. Je wordt omringd door jongeren, dat houdt je zelf ook jeugdig. Maar bovenal zijn het de kleine contacten, de karakters die het onderwijs zo groots maken. In deze twee weken heb ik al meer warmte en plezier beleefd dan ik ooit in een andere baan heb gedaan. Leerlingen die door de gang roepen: “Mevrouw waarom hebben we u niet dit jaar?” Of een leerling die ik twee jaar geleden lesgaf en informeerde naar mijn vriend die in Amerika woont. “Dat is al een tijdje uit,” zei ik. Waarop hij heel stoer antwoordde: “Nou mevrouw, dat is maar beter. Ik heb die van mij ook gedumpt. Weet u, er is meer vis in de zee.” Het feit dat die jongen nog wist dat mijn vriend naar Amerika was geëmigreerd vond ik fijn. Het bewijst dat de dingen die ik zeg niet helemaal verdampen (de vraag is of dat ook geldt voor de grammatica en spelling, maar ik heb hoop).

Maar ook moeilijke gesprekken kunnen mooi zijn. Zo had ik een mentorgesprek met een jongen wiens vader op de Kaaijmaneilanden woont. Hij heeft zijn vader nog nooit gezien. Ik zei dat dat me lastig leek, maar hij antwoordde heel wijs: “Ik mis hem niet, want iets wat je niet kent, kun je ook niet missen. Vroeger hadden de mensen ook geen mobieltjes. Die misten ze ook niet.” Dat een elfjarige jongen zo wijs kan spreken over een onderwerp dat zelfs voor een dertiger pijnlijk kan zijn, vond ik bewonderenswaardig.

En terwijl ik gisteren door de aula liep, kwam er een meisje dat ik vorig jaar lesgaf op me af gerend. Ze vroeg of ik eerst de regels voor een sollicitatiebrief wilde uitleggen, dus dat deed ik even gauw. Daarna vroeg ze me naar mijn vakantie en ik vroeg naar die van haar. Ze vroeg ook hoe het met mijn vriend ging. Ik zei dat het vlak voor de vakantie uit was gegaan. Daarop werden haar ogen groot en zei ze: “Nee! Mevrouw!” En ze opende haar armen en drukte me stevig tegen zich aan. Ik, geen groot knuffelaar, stond mezelf een beetje ongemakkelijk te voelen. De rollen waren even omgedraaid.  Ze zei: “Mevrouw, u bent echt niet alleen. U hebt ons.” Ik slikte een brok in mijn keel weg, zij komen om van mij te leren, maar ik leer net zo veel van hen. En terwijl ik me herpakte, tikte de volgende leerling alweer op mijn schouder: “Mevrouw! Ik weet niet of ik nog wel mee op kamp wil. J. zegt namelijk de hele tijd dat ik stink…”

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s