Dag #26 -Cycloop kat –

photo 1 (4)Op de boot met de motor is leuk. Je krijgt voorrang bij het oprijden en je mag gezellig met alle andere motorrijders op hetzelfde plekje staan als een soort van positieve discriminatie. 

Als de motor is uitgezet en de helmen zijn afgezet blijkt er een soortgelijk sociale gedragscode te zijn als gisteren bij het zwembad. Mensen met motoren delen een passie en daar moet over geluld worden. Ik, nog niet zo lang bekend met deze gedragscode, liep nietsvermoedend weg om de zilte zeelucht op te snuiven aan het einde van het dek. Toen ik weer terugkwam bij mijn motor keek de andere motorrijder me aan van: “hè hè ben je daar eindelijk?”

“Warm is het hè?” Slim van die man. Tijdens een training voor callcenter medewerkers van Greenpeace leerde ik ooit dat de eerste vraag die je stelde aan de mensen een vraag moest zijn die ze konden beantwoorden met: ‘ja’. Ik kwam vaak niet verder dan: “Vindt u het milieu belangrijk?”
Maar goed, ik antwoordde dus met ‘ja’ en al snel ging het over de kwaliteit van onze motorpakken. Ik, plakkerig leer, hij had een fancy pak met ventiliatievakken op de knieën. Daarna werd het een wedstrijdje ver pissen om te zien wie de zwaarste motor had. Beetje lullig om een wedstrijdje ver pissen te houden met iemand die niet beschikt over een piemel. Het is een oneerlijke strijd. Een kleine dame die net haar motorrijbewijs heeft en een motor (wel een heel gave) van 600 cc tegen een flinke vent met dito motor inclusief digitaal scherm en cruise control. De man in kwestie wilde gewoon even horen hoe mooi zijn meisje was en ik geloof dat ik aardig door begin te krijgen hoe ik de sociale motorcode moet kraken

Ondanks dat half Duitsland zich weer heeft ingegraven op Texel was het heerlijk rijden vandaag. Ik pikte mijn zusje op die momenteel in De Koog bij de bowling werkt. Vervolgens zijn we bij mijn oma gaan eten die ons flink in de watten legde. Tijdens het eten kregen we overigens bezoek van een cycloop kat.  We hebben gepraat over de verloedering van de Nederlandse taal, de jodenvervolging en de betrouwbaarheid van Poetin. Mijn oma noemde een oud liedje dat ze vroeger altijd zong als ze langs de korenvelden liep als voorbeeld dat onze taal vroeger rijker was:

Sikkels klinken, sikkels blinken
Ruisend valt het graan
Zie de bindsters garen
Zie in lange scharen
Garf bij garven staan
Garf bij garven staan

’t Heter branden op de landen
Meldt de middagtijd
’t Windje moe, van ’t zweven
Heeft zich schuil begeven
En nog zwoegt de vlijt
En nog zwoegt de vlijt

Blijde maaiers, nijv’re zaaiers
Die uw loon ontvingt
Zit nu rustig neder
Galm’ het mastbos weder
Als gij juichend zingt
Als gij juichend zingt

Slaat uw ogen naar den hogen
Alles kwam vandaar
Zachte regen daalde
Vriend’lijk zonlicht straalde
Mild op halm en aar
Mild op halm en aar

Dat de taalverloedering ook mij in zijn greep houdt is duidelijk: ik begrijp weinig van dit lied. Ik zou bijna denken dat het zonlicht mild op een anus straalt (zo leerde ik van Henk Bres dat Arie wordt gebruikt voor anus). Vroeger was de taal misschien rijker, maar ik ben ook rijk, want ik heb een oma die die rijke taal nog kent.

 

photo 2 (4)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s